zondag 15 maart 2015

Weekverslag BC wie niet weg is, is gezien


Beste ouder(s)

Mijn naam is Lynn Vanbecelaere. De afgelopen week vertoefde ik in de klas van uw zoon of dochter. We leerden over verstoppen, wie niet weg is, is gezien.

Toen de kinderen in de klas kwamen stond er een tent en dozen. Alle auto’s van de autohoek waren verstopt. In de loop van de dag ontdekten de kinderen wat er allemaal in de tent en in de dozen zat.

 

Maandag: Ik ben verstopt.

Na het onthaal kwam de herder vertellen dat hij een schaap kwijt was. Eerst mochten de kinderen het schaap zoeken. Nadat we het schaap gevonden hadden vertelde de herder het verhaal van het verloren schaap.


De herder heeft heel veel schapen. Hij kan ze niet allemaal zien. Daarom vraagt hij aan de kinderen om foetsiepoppen (verdwijnpoppen) te maken. Zo kunnen die herders zich verstoppen en piepen naar de kudde schapen.

De kinderen begonnen met veel enthousiasme aan de foetsiepop. Ze moesten een blad kleuren met wasco en daarover gaan met verf. Dan moesten we de verf laten drogen. En dan krassen maar. Hé, wat leuk de kleuren die verstopt waren die kwamen terug.

  

In de namiddag leerden de kinderen een lied over verstoppen. Dit lied voerden de kinderen ook uit. Ze mochten zich gaan verstoppen en iemand anders moest hen zoeken.

Ga je maar verstoppen, tel je mee tot tien.

Ga je maar verstoppen, we mogen je niet zien.

1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 we mogen je niet zien.

Nu komen we je zoeken, zien in alle hoeken.

Pas op! Ik heb je wel gezien.

 Na al het zingen en verstoppen mochten de kinderen spelen in de hoeken.

We sloten de dag af met tiktak. De kinderen vonden dit zeer leuk. Ze zaten allemaal gefascineerd te kijken.


Dinsdag: Hoe verstoppen we ons?

Vandaag leerden de kinderen hoe ze zich moeten verstoppen. Kikker leerde hoe we verstoppertje spelen. Om verstoppertje te spelen moeten we tellen, zoeken, en vooral niet spieken.

           

Na het vertellen hadden we nog even tijd voor een tussendoortje. Woezel speelt ook graag verstoppertje net zoals Kikker. De kinderen sloten hun ogen en ondertussen verstopte ik Woezel. Woezel riep: “ik ben hier, hier ben ik.”

 

Woensdag: zie je mij?

Toen we in de klas kwamen had Jules een fluojas aan. Jules dacht dat hij zich zo beter zou kunnen verstoppen. We leerden Jules dat je je dan goed ziet. We experimenteerden met zaklampen en allerlei zaken die licht geven. De kinderen mochten verder experimenteren in het donker hoekje.


In de zandtafel waren er kameleons verstopt. Dit zijn de kampioenen in verstoppen. Vinden de kinderen alle kameleons?

     

De kinderen mochten vandaag hun herder maken om zo hun foetsiepop af te werken. Daarvoor moesten ze twee cirkels uitknippen en een mond tekenen.

      

Donderdag: De schaduw van Jules

Vanmorgen kwamen we in de klas maar we vonden Jules nergens. En het was ook donker in de klas. Ik maakte wat licht en dan vonden we de schaduw van Jules.

We leerden hoe we een schaduw of een schim moeten maken. Tijdens het vrijspel mochten de kinderen zelf schimmen maken en mochten ze het schimmenspel naspelen. Ook gingen we naar buiten om daar schimmen te maken.


 

Vrijdag: Wat zoekt Jules?

’s Ochtends werkten de kinderen hun herder af. Nu heeft iedereen een foetsiepop.

Zijn ze niet mooi?

     

In de namiddag had Jules enkele foto’s mee. Foto’s van allerlei dieren die zich verstoppen. Regenworm, slak, muis, mier, mol, …

We deden allen onze jas aan en we trokken met schopje en vergrootglazen naar buiten. Daar zochten we dieren. We vonden regenwormen, mieren en een lieveheersbeestje.

 

Het was een leerrijke ervaring.

Stagiaire Lynn