woensdag 27 november 2013

Doedagen

Op dinsdag 26 november en donderdag 28 november hebben wij doedagen. Dit wil zeggen voor de klas staan voor punten. Onze stagementor beoordeelt ons. Ook komt er tijdens onze stage een lector van VIVES. Mijn BC ( of thema van de week ) is Sint en Piet.

Toen we in de klas aankwamen voelde Slechtweervandaag zich niet lekker. Hij moest veel niezen want zijn paardenstal is kapot. De kinderen kwamen op het idee om zelf een paardenstal te maken. We keken rond in de klas wat we allemaal konden gebruiken. We vonden een doos, verf, papier, flessen,.. De kinderen dachten aan alles zelf aan eten en aan drinken.
Toen de kinderen klaar waren met het maken van de paardenstal, mocht Slechtweervandaag  samen gaan kijken met het handje van de dag. Hij was heel blij maar toch was hij nog ziek. Slechtweervandaag ging wat rusten in zijn nieuwe paardenstal. De kinderen verzorgden hem heel goed.

Dit is het resultaat van de paardenstal.



Nieuw paardenstal van Slechtweervandaag.
Voor we konden gaan eten kwam er een piet op bezoek. Geen gewone Piet maar een dans- en zingpiet. (hand-pop) Hij kwam de kinderen een lied leren.
https://www.youtube.com/watch?v=cIR91ZgW0Ig





 
 
 Na de middagpauze was het tijd om een verhaal te vertellen.


Binnenkort komt Sinterklaas. Maar voor het zover is, gaat Rikki samen met zijn mama naar de speelgoedwinkel. Daar hoort Rikki dat de Sint een groot probleem heeft. Zijn paard is opeens ziek geworden. Maar hoe zal de Sint al zijn pakjes op tijd bij de konijnenkinderen krijgen? Rikki heeft een idee. Ik geef hem 2 zoete wortelen en 3 dikke zoenen in het midden van zijn neus. En ja, het werkt! Slechtweervandaag komt er terug bovenop. Nu kan Rikki met een goed gevoel naar huis waar hij alles aan zijn papa vertelt.







dinsdag 19 november 2013

Huis van de Sint


Vanmorgen om 9.30 werden we verwacht in het huis van de Sint.

Vol nieuwsgierigheid stapten we in de auto’s van de mama’s en papa’s op weg naar het huis van de Sint. Toen we aankwamen mochten we ochtendgymnastiek doen samen met 2 pieten. Springen, lopen, en veel meer. Na lang wachten mochten we binnen in zijn huis.
Daar kregen we de regels van het huis. De kinderen moesten lachen en zwaaien als ze de Sint zagen. Ook moesten de kinderen vooraan wandelen.
Na de uitleg mochten de kinderen in het tekenatelier, het museum, speelgoedmagazijn, in de bureau van de Sint en veel meer.
In het tekenatelier mochten de kinderen een tekening maken voor de Sint. Dit deden ze aan de hand van magneten. Na het fluitsignaal schoven we door naar de speelgoedruimte. De kinderen speelden een bingospel aan de hand van het speelgoed. Wie als eerste de 4 speeltuigen op zijn blad kon doorstrepen, moest 'leve de Sint' roepen.
Dan kwamen we terecht in het museum. Daar lagen allemaal fopspenen van de kinderen die hun fopspeen hadden meegegeven met de Sint.
En nu na veel werk- en kijkplezier mochten we binnen in de bureau van de Sint. De kinderen zongen een liedje voor hen en gaven hun tekening aan de Sint. Wat was hij er blij mee.
Toen vertelde hij dat Slechtweervandaag heel veel moet rusten. Daarom konden we het paard niet zien. Maar de pieten hadden al een oplossing. De kinderen mochten rondjes lopen met een houten paard. Ze deden ook een wedstrijd. En iedereen was gewonnen.
Na de koude van in de stal mochten we naar de kelder. Daar werden we gecontroleerd door de pieten. Of we wel braaf waren. Toen mochten we binnen in de snoepjesfabriek. Daar kregen de kinderen een mandarijn, een zwart blaadje, ogen en een hoed. De kinderen moesten hun mandarijntje in het zwart papiertje draaien en verpakken zoals een snoepje. nog ogen erop en de hoed,..... en het resultaat was een zwarte piet. We mochten het snoepje meenemen naar huis. En 's middags in de klas hebben we er lekker van gesmuld.

Veel lach- en zwaaigroetjes
Juf Lynn













 
 

zondag 10 november 2013

Halloween in de werkplekschool.


Na weken verlangen was het eindelijk zover. De dag van de Halloweentocht was aangebroken.
Wij mochten de mensen doen schrikken in ons spookhuis.

Donderdag 7 november mochten we de pastorie aankleden in het thema Halloween. Dit deden we met witte doeken, spinnenwebben, lichtjes, akelige geluiden, matten op de grond en nog veel meer.

Op vrijdag 8 november rond 18.30 begon de Halloweentocht. De mensen moesten een wandeltocht maken van 4 kilometer. Er waren enkele stoppunten voorzien, waar de mensen naar een griezelig verhaal konden luisteren. De laatste stop was in de pastorie. Daar luisterden ze naar het slot van het verhaal en mochten ze binnenkomen in onze griezelpastorie.
Daar was het de bedoeling dat wij ( de werkplekstudenten ) de mensen deden verschieten en bang maken. Maar voor de kleinsten deden we hen niet verschieten. Wij zwaaiden dan eens naar hen.
Maar om te weten of de mensen of de kinderen bang waren moesten ze POMPOEN roepen. Zo wisten wij dat de mensen bang waren of dat er kleine kinderen mee waren.

Rond 23 uur waren de laatsten in ons griezelhuis.
Na een lange, griezelige dag konden we met veel felicitaties, blij naar huis.


Veel griezel groeten
Juf Lynn










zaterdag 9 november 2013

Enquête bij kinderen.

Dinsdag 5 november heb ik bij 3 verschillende leeftijden een enquête afgenomen. De kinderen kwamen uit het 3de kleuter, 3de leerjaar en 5de leerjaar.
De kinderen moesten luisteren naar 3 fragmenten.
Het was dezelfde tekst, de eerste keer was het in Algemeen Nederlands, de tweede keer in tussentaal ( tussen AN en dialect ) en de laatste keer in het dialect gesproken.
De kinderen werden ondersteund door een foto.
Aan de hand van die 3 fragmenten moesten de kinderen enkele vragen beantwoorden. Dit waren enkele vragen : Welke man heeft er de meeste vrienden? Welke man is
er een meester ( leerkracht )?


Ik begon met een jongen van het 3de kleuter. Hij moest maar 3 vragen beantwoorden. Hij voelde zich wat onwennig. Eerder had hij nog nooit een enquête afgelegd. Bij het afleggen van de enquête kon ik concluderen dat zo'n jong kind nog geen besef heeft tussen de verschillende talen. Hij vond het AN het raarst. Want hij hoort die taal niet veel. Het dialect vond hij vooral grappig.
Ik had vooral het gevoel dat hij op de vragen hokte.

Het meisje van het 3de leerjaar moest 5 vragen beantwoorden. Ze kon al duidelijk onderscheid maken tussen het dialect en het mooi praten zoals een meester of juffrouw. Ik had het gevoel dat ze echt op de vragen antwoordde.

Als laatste kwam er een jongen van het 5de leerjaar aanbod. Ook hij moest 5 vragen beantwoorden. Hier voelde ik dat die jongen meer nadacht over de vragen en de antwoorden. Maar de vraag 'Wie heeft er zwarte schoenen aan?' daar wist hij geen antwoord op. Hij deed dan maar een gok.


Algemeen besluit:
De kinderen vonden her raar dat ze telkens naar dezelfde tekst moesten luisteren vooral de kleinsten. De kinderen vonden het leuk dat ze mij konden helpen.
Hoe ouder de kinderen zijn hoe meer ervaring en kennis ze al hebben over het beheersen van taal. Ze horen dan al duidelijk het verschil tussen AN, tussentaal en dialect.

Ik wil zeker de kinderen op deze manier eens bedanken.

vrijdag 1 november 2013

Muziekinstrumenten

Tijdens de herfstvakantie heb ik niet stil gezeten. Het is wel vakantie, maar je kan het beter ' een werkvakantie ' noemen.
Voor school moeten we muziekinstrumenten maken: trommels, schellenraam, schutdoosjes, bellenkrans, schuurblokjes, fietsbel, raspinstrument en ritmestokken.
Dat was een heel werk.
Via deze weg wil ik ook mijn vader bedanken. Hij heeft al mijn zaag- en boorwerk gedaan. Niet zagen met de mond, maar wel zagen met een zaag.
Na vele dagen werken zijn al mijn muziekinstrumenten klaar.
Graag wil ik ze delen met jullie.
De muziekinstrumenten ga ik zeker in de kleuterklas kunnen gebruiken. De kinderen beleven er veel plezier aan.

Veel kijk- en inspiratieplezier.

Vele groeten
Juf Lynn