De kinderen moesten luisteren naar 3 fragmenten.
Het was dezelfde tekst, de eerste keer was het in Algemeen Nederlands, de tweede keer in tussentaal ( tussen AN en dialect ) en de laatste keer in het dialect gesproken.
De kinderen werden ondersteund door een foto.
Aan de hand van die 3 fragmenten moesten de kinderen enkele vragen beantwoorden. Dit waren enkele vragen : Welke man heeft er de meeste vrienden? Welke man is
er een meester ( leerkracht )?
Ik begon met een jongen van het 3de kleuter. Hij moest maar 3 vragen beantwoorden. Hij voelde zich wat onwennig. Eerder had hij nog nooit een enquête afgelegd. Bij het afleggen van de enquête kon ik concluderen dat zo'n jong kind nog geen besef heeft tussen de verschillende talen. Hij vond het AN het raarst. Want hij hoort die taal niet veel. Het dialect vond hij vooral grappig.
Ik had vooral het gevoel dat hij op de vragen hokte.
Het meisje van het 3de leerjaar moest 5 vragen beantwoorden. Ze kon al duidelijk onderscheid maken tussen het dialect en het mooi praten zoals een meester of juffrouw. Ik had het gevoel dat ze echt op de vragen antwoordde.
Als laatste kwam er een jongen van het 5de leerjaar aanbod. Ook hij moest 5 vragen beantwoorden. Hier voelde ik dat die jongen meer nadacht over de vragen en de antwoorden. Maar de vraag 'Wie heeft er zwarte schoenen aan?' daar wist hij geen antwoord op. Hij deed dan maar een gok.
Algemeen besluit:
De kinderen vonden her raar dat ze telkens naar dezelfde tekst moesten luisteren vooral de kleinsten. De kinderen vonden het leuk dat ze mij konden helpen.
Hoe ouder de kinderen zijn hoe meer ervaring en kennis ze al hebben over het beheersen van taal. Ze horen dan al duidelijk het verschil tussen AN, tussentaal en dialect.
Ik wil zeker de kinderen op deze manier eens bedanken.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten